Onderzoek

Het onderzoek van de bekkenfysiotherapeut

De eerste zitting bekkenfysiotherapie bestaat uit een uitgebreid vraaggesprek van ongeveer 30 minuten om uw problemen goed in kaart te kunnen brengen. Er wordt uitgebreid stilgestaan bij de klacht; het optreden daarvan en de mate van de klachten. Er wordt ook aandacht geschonken aan de eventuele oorzaken zoals operaties, eventueel doorgemaakte bevallingen, eventuele ontlastingsproblemen of seksuele problematiek, die met deze klacht te maken kunnen hebben. Er is veel aandacht voor het toiletgedrag; hoe vaak gaat u naar het toilet? Wat is de blaasinhoud? Neemt u de tijd? Hoe zit u? Al deze vragen kunnen duidelijkheid geven op het ontstaan en daardoor dus het behandelen van de klachten. Mogelijk wordt u ook gevraagd een plas- of ontlastingsdagboekje bij te houden om goed zicht te krijgen op de mate van incontinentie. Tot slot zullen er enkele vragen gesteld worden over uw algehele gezondheid en uw gezondheidsgeschiedenis.

Daarna krijgt u uitleg waar het bekken en de bekkenbodemspieren zitten en krijgt u uitleg over het ontstaan en de gevolgen van de klacht. Verder zal er uitleg worden gegeven over het bekkenfysiotherapeutisch lichamelijk onderzoek en de behandeling.

De eerstvolgende behandeling volgt een lichamelijk onderzoek. De bekkenfysiotherapeut kijkt naar uw houding, hoe uw ruggengraat en bekken beweegt, hoe u ademt, hoe de ledematen bewegen, wat de kracht is van diverse spieren rondom het bekken en hoe uw bekkenbodem functioneert. Bij dit onderzoek draagt u bij voorkeur ondergoed of een sportbroekje.

De bekkenbodem is een groep van spieren die onder in het bekken ligt. Door de positie van deze spieren zijn ze niet goed te zien. Een van de onderzoeksmogelijkheden om het functioneren van de bekkenbodemspieren te beoordelen, is het uitvoeren van een inwendig onderzoek. Omdat deze spieren te voelen en te beoordelen zijn via de vagina of anus. Wanneer u bezwaar heeft tegen het inwendig onderzoek, kunt dit aangeven. De bekkenbodemfunctie is ook te beoordelen door een hand tegen de onderbroek te leggen. Deze methode is echter minder volledig en nauwkeurig.